Inleiding  Verantwoording  Voorwoord

 

Inleiding:

De achternaam van de Fam.Kloppenburg treffen we voor het eerst aan in 1786. In 1811 is de burgerlijke stand voor het noorden van Nederland ingesteld. Je zou kunnen veronderstellen dat de naam ook vér daarvoor gedragen is, maar niet genoemd werd in de officiële stukken. Het was in die tijd namelijk niet “in” om een achternaam te dragen.

 

Het onderzoek is vastgelopen bij de vader van Mense Jans geboren in 1725.

Door ziekte van de predikant is de doop van Mense Jans en de gegeven namen van de ouders niet genoteerd.

Mense Jans wil zeggen Mense zoon van Jan. (Patronymicum) Vader Jan is overgekomen uit Groningen. Het onderzoek wordt in het Gemeente archief in Groningen voortgezet.

De spelling van de laatste lettergreep van de naam (C) Kloppenburg is als volgt:

-borg,-berg,-burch,-burg. De gevonden gegevens zijn uitgetypt in de spelling waarin het is geschreven. Het uitwerken van de akten was een hele klus en zal zeker niet foutloos zijn gebeurd. De door ons gevonden gegevens of door de familie aangedragen van bijzondere gebeurtenissen hebben we zo beknopt mogelijk weergegeven.

 

Om verwarring te voorkomen is bij de eerste generatie achter geloof Ned Herv. ingevuld en niet de toen gebruikelijke naam Gereformeerd.

 

Voor de invoering van de burgerlijke stand werden de huwelijken kerkelijk geregistreerd.

Tot driemaal toe vond de afkondiging in de kerkdienst plaats.

Een tweede of derde huwelijk werd i.v.m. de aangebrachte goederen contractueel vastgelegd.

Wij hebben aangenomen dat bij een huwelijk op contract er een eerder kerkelijk huwelijk is geweest.

 

Verantwoording.

Veel dank is verschuldigd aan de samenstellers van de stamboom Kloppenburg t.w.

Geert  Kloppenburg uit Valthermond .  Tel 05996 2133    

Roelf  Kloppenburg uit Barneveld.     Tel 03420 93051

Lutina Kloppenburg uit Wageningen      Tel 08370 22278

Boven genoemden hebben met veel inzet deze stamboom tot stand gebracht.

 

Klaas Ketelaar uit Dordrecht heeft deze stamboom op een Genealogische programma gezet door alles in te voeren in het Engelstalige programma PAF.

Een aantal misschien onbekende woorden zal ik er als vertaling aan toevoegen alsmede een idee hoe het boekje moet worden gelezen, na wat dóór lezen zult u ontdekken dat veel afkortingen en woorden elke keer terug komen. (Niet op Internet)

 

Voorwoord.

Omstreeks 1982 zijn de eerste pennenstreken op papier gezet met de naam van de fam. Kloppenburg. Aangezien we wisten dat onze ouders uit de gemeente Odoorn kwamen is in febr. 1982 het eerste bezoek begonnen aan het provinciaal Archief in Assen.

Alle gegevens over geboorten, huwelijken, overlijden e.d. zijn op microfilm vastgelegd.

Al spoedig bleek dat de familie Kloppenburg uit Stadskanaal en Nw. Pekela kwam.

Het onderzoek verplaatste zich van Assen naar het Provinciaal archief in de stad Groningen.

 

In de zestiende en zeventiende eeuw was de familie werkzaam in de landbouw.

Velen van de familie hebben zich ingezet voor de vervening in de provincie Groningen en Drenthe. De gezinnen verhuisden van de ene vervening naar de andere totdat de laatste turf gestoken was.

 

Veen.

Veen is de in de bodem en vegetatiekundegebruikelijke benaming voor een sponzige, met water verzadigde bodem, die uit een dikke laag afgestorven, maar niet volledig verteerde planten resten bestaat. Boven de grondwaterspiegel noemt men het Hoogveen en onder de grondwaterspiegel noemt men het Laagveen. Beide hebben hun eigen vegetatie; een specifieke veenfauna bestaat niet.

 

Veengronden.

Veengronden vind men voornamelijk in gebieden die gedurende het Pleitoceen (2,5 miljoen tot 10.000 jaar geleden) door ijs bedekt zijn geweest, waardoor de bodem hoogte verschillen vertoont. Hiertoe behoren grote delen van de toendra-en naaldwoudgordel in het noorden van Canada, Noord-Europa en de Rusland.

 

Veenkoloniale streek.

De veenkoloniale streek is een Noordnederlandse streek die omsloten wordt door de Drentse Hondsrug, de zandopduikingen van het Groningse Westerwolde en het Schoonebeker diep. Het was een woest veenmoeras gebied, dat rond 1600 in de belangstelling kwam van de stad Groningen en Hollandse steden vanwege zijn enorme voorraden van de brandstof turf. Na het georganiseerd afgraven bleven de dalgronden over, die geschikt waren voor de akkerbouw, op basis waarvan zich in de 19e Eeuw agro industrieën ontwikkelden.

 

Met Veenkoloniale streek bedoelt men het Noordnederlandse gebied dat wordt begrenst door de Drentse Hondsrug in het westen, het Schoonebeker diep in het zuiden, de Duitse grens in het oosten en de Groningse regio’s Reiderland, Oldambt en Duurswold in het noorden. De streek dankt haar naam aan het georganiseerd vervenen van hoogveen, enerzijds voor de winning van de brandstof turf, anderzijds voor het doen ontstaan van voor de landbouw geschikte dalgronden. (zandgronden vermengt met de bovenste veenlaag, de bolster) De venen waren een woest niemandsland, dat grensde aan hoger gelegen en vroeg bewoonde zandstreken, waar al vroeg incidentele vervening van brandstof plaatsvond, onder meer door kloosters. De eerste echte veenkolonie was Kropswolde waar vanaf de 15e Eeuw turf gegraven werd voor de stad Groningen maar de groeiende brandstof behoefte van de Stad en Hollandse steden (voor het bakken van bouwstenen, voor verwarming en het brouwen van bier) wakkerde rond 1600 de Groningse interesse voor het veengebied ten zuidoosten van de stad aan. Door de Groningse politiek de Ommelanden aan zich te binden kon de stad al sinds de 15e Eeuw, via heerlijke rechten over Oldambt, aanspraken maken op een deel van de venen, maar een definitieve regeling kwam pas tot stand na het vrij willekeurig vaststellen in 1615 van de provinciegrens met Drenthe, de z.g.n. Semslinie tussen de Martinitoren en het kasteel Ter Haar bij Ter-Apel, en na het vervenen van de heerlijke rechten over Westerwolde in 1619. Het vervenen zelf liet Groningen over aan particuliere ondernemingen, compagnieën, maar de afvoer van de turf moest via de stad geschieden, zodat tol en sluisgelden geheven konden worden. Daartoe werd in 1612 begonnen met het graven van het Winschoterdiep, van waaraf de verveners via zijkanalen en oude veenstroompjes (Pekel A, Mussel A) verder het veen introkken. Reeds rond het midden van de 17e Eeuw waren de Groninger venen volledig in exploitatie en waren de eerste veenkoloniale nederzettingen (als oudste Sappermeer 1621) ontstaan. Oorzaak hiervan was een bijzondere bepaling in de verveningconcessies, n.l dat de bovenste veenlaag vermengd moest worden met de overgebleven zandgrond, zodat zich met behulp van Groningse stadscompost landbouw zou kunnen ontwikkelen en Groningen ook ná de afgraving van inkomsten uit het gebied verzekerd kon zijn. De grootscheepse ontginning van het Drentse deel van het Oostermoer moest wachten tot de aanleg van Het Stadskanaal (1761-1856), vlak langs de Gronings-Drentse grens, doordat de Hunze niet voldoende bevaarbaar was voor turfschepen. Vanaf Het Stadskanaal werd het gebied van.  Markevenen.van de Hondsrugdorpen ontsloten door het graven van de z.g.n. Monden en in exploitatie genomen. Stadscompost was toen echter niet meer toereikend voor de bemesting van de akkers, zodat daar de boerenbedrijven van begin af aan vee moesten  houden om in hun mestbehoefte te voorzien. De ontginning van de Zuidveldse Venen begon in de 19e Eeuw. Dankzij de uitvinding van kunstmest konden de landbouwbedrijven zich hier echter vanaf het begin op de akkerbouw instellen. Door het wegvallen van de behoefte aan turf als brandstof zijn in Zuidoost Drenthe belangrijke veencomplexen (Amsterdamseveld) bewaard gebleven.

Valthermond de Drentsche Mondenweg. (de vroegere Bakkerslaan)

 

Aan de basis van de welvaart die de veengraverij aan enkelen in het noordoosten van Nederland bracht stond een legertje veenarbeiders dat constant werd aangevuld met lieden van allerlei allooi en uit alle windstreken.Levend in rauwe mannengemeenschappen onder pioniers omstandigheden, woonden zij tot in de 20e Eeuw in ongezonde plaggenhutten, woekerrenten betalend over de schulden die zij tijdens de winter werkloosheid maakten, en ’s zomers werken van zonsopgang tot zonsondergang. Zij werden uitgebuit door betalingen in natura, die zij tegen lagere prijzen weer moesten verkopen om geld in handen te krijgen, terwijl de veenbaas in zijn winkel (met verplichte winkelnering) woekerprijzen berekende. Slechts enkelen konden ontsnappen door zich als keuterboer te vestigen, maar de overigen trokken weer mee als nieuwe gebieden in exploitatie genomen werden. In hun kommervol bestaan bracht Gods Woord weinig verlichting, zodat de veenkoloniën al vroeg gekenmerkt werden door een hoog percentage onkerkelijkheid, terwijl met het socialisme en het communisme in ieder geval een gemeenschappelijke vuist gebald kon worden.

 

 

 

 

Industriële ontwikkeling.

Op basis van de turftransporten ontstonden langs de Groningse kanalen al in de 17e Eeuw scheepsbouw en scheepsreparatie In de eerste helft van de 19e Eeuw bouwde men zelfs logge, maar stabiele en zeewaardige schepen voor turftransporten tot aan St Petersburg. Maar daarna ging het bergafwaarts door de komst van grotere ijzeren stoomschepen en pas ná de Eerste Wereldoorlog bloeiden de Groningse scheepsbouw en scheepvaart weer op door de ontwikkeling van de kustvaarder (Coaster) een schip dat over zee de binnenhavens kon bereiken daardoor overslag van de lading overbodig maakte. Rond de scheepsbouw en de landbouwwerktuigen heeft zich in de Veenkoloniale streek een tamelijk omvangrijke metaalindustrie ontwikkeld, die nog werd versterkt door de opkomst van landbouwindustrieën waartoe W.A. Scholten (1819-1892) de aanzet gaf. Op basis van schoon water, aardappelen als grondstof en turf als brandstof startte hij in 1841 een aardappelmeelfabriekje in Foxhol voor de bereiding van moutwijn. Zijn voorbeeld deed velen volgen, maar de monopoliepositie die de fabriekanten wisten op te bouwen werd doorbroken doordat boeren op coöperatieve basis hun aardappelen zelf tot zetmeel gingen verwerken, zodat particulieren moesten overschakelen op de productie van aardappelmeelderivaten. De volgende agro-industrie was de strokartonfabricage die zich vanaf 1870 voor schoon water aan de rand van het veen vestigde, maar het stro uit Oldambt betrok, totdat na de introductie van de kunstmest ook de veenkoloniën granen konden verbouwen en stro konden gaan leveren. Na de tweede wereldoorlog kwam de traditioneel problematische werkgelegenheid in de veenkoloniale streek wederom in een crisis situatie, doordat de landbouw op grote schaal mechaniseerde en arbeiders afstootte, de aardappelteelt bedreigd werd door ziekten (aardappelmoeheid), de stroproductie verminderde door de teelt van nieuwe korthalmige graangewassen, terwijl voor de scheepsbouw de kanalen en sluizen al snel te klein werden om de steeds groter wordende schepen door te laten. Compensatie werd enigszins gevonden in de vestiging (vooral in Emmen) van dochterbedrijven van grote ondernemingen elders in Nederland, die konden profiteren van een ruime arbeidsmarkt met industriële ervaring. Maar van de scheepsbouw is nog weinig over langs het Winschoterdiep en de aardappelmeel - en strokartonindustrie zijn gesaneerd en geconcentreerd in enkele bedrijven, die na de invoering van de wet op Verontreiniging Oppervlaktewateren (1970) nog de financiële consequenties moeten dragen van zuivering van hun afval water en de aanleg van een vuilwaterpersleiding (smeerpijp) naar de Dollard. De Veenkoloniale streek zal dan weliswaar bevrijd zijn van haar stinkende kanalen, maar de werkgelegenheid zal wederom bedreigd worden of daar compensatie werk tegen over gesteld wordt zal de tijd leren doch de mensen uit de Veenkoloniale streek hebben daar geen goed gevoel over omdat veel bedrijven met subsidie gelden daar gesticht zijn en reeds na een aantal jaren de deuren weer hebben gesloten of gesaneerd naar kleiner.

 

 

Uit onderzoek blijkt ook dat de familie kerkelijk actief is geweest. We kregen daardoor ook informatie uit de kerkgeschiedenis. Velen hebben zich ingezet voor het behoud van de kerk

De kerkstrijd in 1834 hebben velen aan de lijve ondervonden. Vandaar dat de kerkelijke -gezindheid,de kerkelijke werkzaamheden en gebeurtenissen zijn opgenomen in de stamboom.

                    

Gereformeerde kerk Stadskanaal 2002                       Vrijgemaakte kerk Valthermond.

 

De Gereformeerden 

Even in het kort iets over het prille begin van de huidige Gereformeerde kerk in ons land. Daarvoor gaan we ongeveer 200-jaar terug in de tijd. Na de franse overheersing (tot 1813) ontstond er onder een groot deel van de bevolking een soort gevoel van “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap”. Dit was komen overwaaien uit Frankrijk. In november 1813 werd Willem I koning van Noord en Zuid Nederland. In 1816 ontstond onder zijn bewind het “Reglement voor de Nederlandse Hervormde Kerk” Vooral in Zuidelijk Nederland rezen hier bezwaren tegen. Dit liep zo hoog op, dat in 1830 een opstand uitbrak wat in 1839 leidde tot een breuk tussen Noord en Zuid Nederland, hierdoor ontstond België. Ook in de noordelijke Nederlanden (het huidige Nederland) werd een groep mensen, die de nieuwe kerkelijke ontwikkelingen met zorg gadesloeg, alsmaar groter. Zij hielden vast aan wat meer conservatievere gedachten, “het erfdeel der Vaderen” Er ontstond in ons land twee stromingen: de Vrijzinnigen en de Rechtzinnigen. De Rechtzinnigen hielden vast aan “de oude leer” De Vrijzinnigen geloofden meer in een nieuwere manier van geloven. In een relatie met God in de praktijk van het dagelijks bestaan. De Rechtzinnigen  kregen geen ruimte voor hun opvattingen, hierdoor ontstond een breuk in de Hervormde Kerk. De afscheiding “begon officieel” in Ulrum waar Hendrik de Cock predikant was. Afgescheidenen (de Rechtzinnigen) in Ulrum brachten op 13-oktober 1834 de akte van afscheiding uit. Het houden van Godsdienstoefeningen was voor afgescheidenen echter (officieel) verboden. Ook de naam Gereformeerd Kerk mocht aanvankelijk niet gevoerd worden. Na veel druk uit het gehele land veranderde dat 1869 en mocht de naam Christelijke Gereformeerde Kerk gebruikt worden door de Afgescheidenen. Ook in het noorden ontstonden in de eerste helft van de negentiende eeuw Afgescheidenen. Eerst in de woning van een lidmaat en later in een heuse kerk die was betaald door de lidmaten. Tot zover de afscheiding van 1834.

 

 

 Voor documentatie v.w.b. de roerige kerkgeschiedenis in die streek verwijs ik naar:

Afscheiding van 1834 in Groningerland Deel 2 door Ds Wesseling uit Stadskanaal.

Uitgeverij de Vuurbaak Groningen.

 

In zeker blauw boekje getiteld:”Wien moet men gelooven den mens of God” met de hoofdstukken Verdediging van de ware Gereformeerde leer, de ware godvrezende, tegen de dwaalleer en de laster voorkomende. Geschreven door Jan Menses in 1834 uitgegeven bij T.Mulder te Veendam. (een kopie is bij de originele samenstellers aanwezig)

 

Kijk op een kerk geschreven door W.H. van der Ploeg Uitgegeven door het Kerkelijk bureau Poststraat 31 Stadskanaal ze geeft een uitvoerig geschiedenis van de Gereformeerde kerk in Stadskanaal van 1835 tot 1940 met name over de eerste predikant Ds Jan Mense Kloppenburg. (genoemd in de stamboom)

 

De Gereformeerden door Agnes  Amelink. Het is een beknopt boekje wat het ontstaan weergeeft van de Gereformeerde kerk geschetst als een woelige ontwikkeling in de 19e Eeuw. Uitgeverij Bert Bakker. ISBN 90-351-2261-5

 

         

 

De onderzoekers hebben de stamboom in twee boeken vastgelegd. Het eerste boekwerk bevat een overzicht van geboorten huwelijken enz en het tweede boek de bijlagen en de gevonden aktes, geschriften, foto’s etc.

Klaas Ketelaar heeft in het PAF programma beiden geïntegreerd als één omdat dit als bijlage bij de betreffende persoon ingevoerd kon worden ook de foto’s zijn ingescand en ondergebracht bij de betreffende persoon. Deze stamboom pretendeert niet dat het volledig is en zonder fouten maar het geeft wel een aardig inzicht in deze familie, mocht u onvolkomenheden ontdekken dan wordt u vriendelijk verzocht om het door te geven aan de samenstellers dit kan per post of per E-mail.

 

Wat zal een Groninger nooit doen.

Hij zal je nooit prijzen, hooguit zegt hij “Naait slecht”.


Wat zegt de buitenstaander van een Groninger.

Die is rustig, nuchter, kijkt de kat uit de boom, is eigenwijs tot op het bot en zit barstens vol droge humor.

 

De achternaam Kloppenburg

De betekenis daarvan moet nog worden onderzocht als iemand daar al suggesties voor heeft hoor ik dat gaarne.

 

Familienaam Kloppenburg voorkomend in het Aardrijkskundige woordenboek van A.J. v/d Aa.

De eerste leraarambt in de Chr. Afgescheiden kerk in Stadskanaal (Nieuw) J.M.Kloppenburg in 1839.

 

C Kloppenburg was de eerste leraar van: De Christenen onder het kruis die in 1847 naar Amsterdam vertrok.

 

In Heusden in de Hervormde kerk is voorgegaan als Hoogleraar in de God geleerdheid Johannes Kloppenburg welke van Aalburg kwam in 1618 en is vertrokken naar Amsterdam in 1621.

 

De naam Kloppenburg komt als plaatsnaam niet voor.

 

De herkomst en betekenis van Nederlandse plaatsnamen toegespitst op die namen welke voorkomen in de stambomen. Uit het plaatsnamenboek door Gerald van Berkel en Kees Samplonius.

 

Anloo: (Dr) Bekend vanaf 1139 Anlon; 1169 in Anlo; Betekent: Bosje op hoge zandgrond.  

Assen: (Dr) Bekend vanaf 1200 Hassen; 1267-1268 Ascen; 1276 Assen; er kunnen diverse betekenissen aan worden gegeven t.w. Pacht, loon verschuldigd aan de bisschop van Utrecht of houthakker of verwantschap aan een boomnaam.

Barnflair: (Gr) Bekend vanaf 1586 Barnfledder Betekent: Laagveen wat brandstof leverde.

Bellingwolde (Gr) Bekend vanaf 1498 Bellingwolde; Betekend: Bij het woud van de fam.Bellinga.

Blijham: (Gr) Bekend vanaf 1517 tho Blijham, Betekent: Met blij (slijk) bedekt buitendijks land.

Bleiswijk: (ZH) Bekend vanaf 1396 Bleeswijc; 1494 Bleyswijck; Betekent: Naam van een 1242 uitgegeven ontginning door een persoon genaamd Blees mogelijk Blois.

Borger: (Dr) Bekend vanaf 1327 in Borghere omstreeks 1335 Borgere; 1381-1383 Borgheren; sommigen gaan uit van burg(w)ari is Burchtbewoners, maar van een burcht is niets bekend. Anderen meningen van burkehari is Berkenhoogte.

Borgercompagnie: (Gr) Bekend vanaf 1840 Borgerkompagnie; compagnie is een gebruikelijke naam voor in de Ommelanden gestichte veenkoloniën, genoemd naar de ontginners, de zgn. compagnons. Borgercompagnie is: burger-compagnie is dus gesticht door de Groningse burgers.

Buinen: (Dr) Bekend vanaf 1141 in Buun; 1550 Buenen; 1557 Bune; de oudste vorm kan ook Bunne bij Eelde zijn, buun, bune is: Gevlochten heg.

Buitenpost: (Fr) Bekend vanaf 1508 Buta post 1558 Buitenpost Betekent: Buiten of ten noorden van de post. (post, in deze een smalle loopplank over een sloot, kleine brug.)

Drouwen: (Dr) Bekend vanaf 1381 to Druwen hierin schuilt misschien de verouderde friese naam van een persoon Drouwe, Druwe.

Dordrecht: (ZH) Bekend vanaf 1100 Thuredrith, Thuredrit; 1151-1155 Thuredrecht; Samengesteld uit door en drecht vaarwater. De naam betekend dus doortocht nl. van de Merwede naar de rivier de Dubbel.

Dokkum: (Fr) Bekend vanaf 800 Dockinga; 822-842 Tochkingen; 1000 Doccinga, betekent: Dokke.

Emmen: (Dr) Bekend vanaf 1327; 1313 Emne; 1327 Empne;Emne gaat mogelijk terug naar emni(eban is vlak effen) in de betekenis “de vlakte van de Barge” (Noord en Zuid-Barge)

Enschede: (O) Bekend vanaf 1118 Aneschede; eind 1300 Enschede, Mogelijk betekent het: Een waterscheiding, een grens of heuvelrug.

Elsloo: (L) Bekend vanaf 1002 Elisa; 1111 Eleslo; 1122 Elslo en betekent: Elsenbos

Exloo: (Dr) Bekend vanaf 1376 Exle vermoedelijk uit êkeslô betekend eikenbos.(Exloërmond etc. is daar een afgeleide van).

Epe: (G) Bekend vanaf 1176 Ape, Eep; een afleiding van Apa. Betekent: Land aan een rivier.

Eesveen: (D) Bekend vanaf 1300 Ees; duidt op de friese zandgronden. Betekent: Veen aan de zandgronden.

Finsterwolde (Gr) Bekend vanaf 1475 Ast en Vynsterwoldt, Betekent bij het noordelijk gelegen woud.

Foxhol: (Gr) Bekend vanaf 1495 Voshol; 1615 Foxhol; Men vermoedt dat het de naam kreeg naar het voorbeeld van het nabijgelegen Foxham. Het betekend: Vossehol.

Gasselte: (Dr) Bekend vanaf 1302 Gesholte; 1359 Gasselte, het is niet zeker of Gesholte een oude vorm voor Gasselte is. Indien wél, dan betekend Gasselte: Onvruchtbaar bos.

Gees: Waarschijnlijk dezelfde betekenis als Gasselte.

Geleen: (L) Bekend vanaf 1148 Glene oorspronkelijk een waternaam met de betekenis van: Schoon, glanzend.

Groningen: Bekend vanaf 1040 Groninga,Groninge; en op een munt uit 1024-1054 GRONNIGGEA; midden 12e Eeuw Gruningen. Het betekent: Bewoners aan de groene beek of weide.

Haren: (Gr) Bekend vanaf 1323 Haren; Betekent: Bij zandige heuvelruggen.

Hebrecht (Gr) Bekend vanaf 1867 Het Hebrecht, De naam herinnert aan de twisten over het bezit van deze streek tussen Munster en Groningen.Stamt dus uit Hebbe-recht = twistzoeker of egoïst.

Hengelo: (O) Bekend vanaf 1385 Hengeler Goer; Betekent: Bosjes op de helling of omheining.

Heino: (O) Bekend vanaf 1245 Heyna; 1383 kerspel van der Heine; 1649 der Heino; Betekend: Mogelijk “afscheiding”

Horsten: (Gr) Bekend vanaf 1844 De Horsten, Betekent: Met struikgewas begroeide hoogte.

Hoogeveen: (Dr) Bekend vanaf 1795 Hoge-Veen ca.1625 gesticht door Roelof van Echten voor de ontginning van de “hoge venen”

Hoogezand: (Gr) Bekend vanaf 1613-1618 hooge sant Betekent: Zandige hoogte, waar in 1621 de eerste huizen gebouwd werden ter ontginning van het veen.

Jipsinghuizen: (Gr) Bekend vanaf 1634 Jipsinghuijsen; Betekent: Nederzetting door de persoon “Jipsing”

Kiel-Windeweer: (Gr) Bekend vanaf 1845 De Kijl; Beide dorpen zijn als veenkoloniale streekdorpen (ontstaan omstreeks 1647) naar elkaar toegegroeid. Kiel =wig kiels=schuin toelopend. Is ontstaan door de ligging aan het Kieldiep, dat daar een stompe hoek maakt. Windeweer is een afgeleide van een zeer aanzienlijke en ruime herberg bij Garrelsweer (wee r = waterkering en winde = wenden) in dit geval aan het Damserdiep.

Klazienaveen: (Dr) Bekend vanaf 1899 Klazienaveen Vernoemd naar Klaziena, vrouw van de industrieel W.A.Scholtens. (1819-1892)

Klijndijk: (Dr) Bekend vanaf 1854 Is genoemd naar de vervener Klijn, die tevens het in 1854 gestichte Schoonoord aldus doopte.

Kropswolde: (Gr) Bekend vanaf 1249 Crepeswalder; 1291 Crepeswolda; 1600 Krobswolder; men neemt aan dat de betekenis is: Woud.  

Lula: (Gr) Bekend vanaf 1706 in den Lula, Vindt zijn oorsprong in de persoonsnaam: “Die van Luul”.

Meppel: (Dr) Bekend vanaf 1141; 1247 en 1325 Meppele 1298-1304 Mappele  1368 Mepplo men heeft getracht verwantschap te zien met het Engels dan zou het iets van “bos”zijn doch dit is niet zeker.

Midwolda: (Gr) Bekend vanaf 1558 Midwolder; Betekent: Het in het midden gelegen woud.

Mussel: (Gr) Bekend vanaf 1634 toen werd gesproken over het Mussel Brouck Mussel heeft de betekenis van: Moerassig land. (Musselkanaal is daar een afgeleide van)

Nieuwe Compagnie: (Gr) Bekend vanaf 1647 Veenkolonie aangelegd door de “Nieuwe Friese Compagnie”.

Odoorn: (Dr) Bekend vanaf 1393 in Oderen;1393 Odern; 1601 Oderen; vóór 1883 was de uitspraak nog geregeld Oreng, zodat mag worden verondersteld dat de betekenis is: De lieden van de persoon: Odheri.

Oldenhave: (Dr) Bekend vanaf 1375 Oeldenhoev; Betekent: Het oude hof.

Oldenzaal: (O) Bekend vanaf  893 Aldenselen; 1049 Aldensele; 1119 Aldeselensis; 1139 Oldezeel; Betekend: Oude zaal. (uit één ruimte bestaand huis.)

Onstwedde: (Gr) Bekend vanaf 900 Unesuuido; 1316 Unswedde; 1545 Onstwedde; Betekent: Bos.

Rotterdam: (ZH) Bekend vanaf 1299 van Rotterdamme; 1396 Rotterdam; Betekent: Bewoners achter de dam van de rivier de Rotte.

Scheemda: (Gr) Bekend vanaf 1435 vander Schemede, Betekend: Bij de vlonders.

Sappermeer: (Gr) Bekend vanaf 1618 Er was oorspronkelijk een meer met die naam sappe of sape dit heeft men verbonden aan: Veld of heide.

Sellingen: (Gr) Bekend vanaf 1150 Sallinge, 1316 Zellynge, De plaatsnaam is vernoemd naar de persoon “Selle

Sittard: (L) Bekend vanaf 1119 Siter; 1150 Sithert; Sîter Betekent: Bergflank.

Schoonebeek: (Dr) Bekend vanaf 1341 Sconebeke Betekend: Schone, heldere (niet met waterplanten dichtgegroeide) beek.

Sleen: (Dr) Bekend vanaf 1100 Slene; 1335 Sclen; 1338 Slen; 1342 Sleen, Mogelijk een afgeleide van “een kleine pruim”.

Smeerling: (Gr) Bekend vanaf 1634 Smierling; Oorspronkelijk een geslachtsnaam. Mogelijk een afgeleide van Smeerling, hetgeen betekend: Riviergrondel.

Stadskanaal: (Gr) Bekend vanaf 1765 in dat jaar werd door de stad Groningen met de bouw van het kanaal, waarlangs Stadskanaal ligt, begonnen. De eerste huizen werden gebouwd in 1787.

Steenwijk: (O) Bekend vanaf 1141 Steenwijc; Betekent: Vestigingsplaats.

Ter-Apel: (Gr) Bekend vanaf 1464 de Stede Apel; 1517 tho Apell; 1595 ther Aepell; 1602 Draepel; sommigen zien hierin een samenstelling van á waterloop en pôl poel.

Vaassen: (G) Bekend vanaf 800 Fasna; 1118-1127 Vanon; 1176 Fassen; 1188 Vasen; Betekend: Een soort ruw gras.

Valthe: (Dr) Bekend vanaf 1217 in Valten 1298-1304 Valte of Volthe is omheinde ruimte of erf. Een afgeleide hiervan is Valthermond (mond is kanaal)

Vlagtwedde: (Gr) Bekend vanaf 1316 Flachtwilde; een samenstelling van flacht wat doorstrengeld is, widu hout, struikgewas.

Veendam: (Gr) Bekend vanaf 1655 Veendam dam in het veen aangelegd. In 1648 gesticht door Adriaan Geerts Wildervanck (Zie ook Wildervank)

Veenhuizen: (Gr) Bekend vanaf 1634 Veenhuysen, Betekent: woonplaats in het veen.

Weerdinge: (Dr) Bekend vanaf 1327 Weerdighen 1362 Waerdingh; 1519 Weerdinge, betekenis: Genoemd naar de lieden van: Wardo (Weard) (een afgeleide hiervan is: Nieuw-Weerdine)

Winschoten: (Gr) Bekend vanaf 1391in 1435 van Wynschote is ontstaan uit Winders-kote “kleine hoeve”is hier een afgeleide van.

Wildervank: (Gr) Bekend vanaf 1649 de Wildervanck in 1647 verkregen door Adriaan Geerts Paep, die zich later zelf vernoemde naar de veldnaam Wildervanck is de in bezit genomen heide.(Zie ook Veendam)

Winneweer: (Gr) Bekend vanaf 1867 Windeweer oorspronkelijke naam van een zeer aanzienlijke en ruime herberg bij Garrelsweer. Betekenis van weer is waterkering/dijk (aan het Damsterdiep) De dijk maakt daar ter plekke een bocht, zodat men voor Winde mag denken wenden of keren.

Zuidhorn: (Fr,Gr) Bekend vanaf 1338 Huren De oude vorm geld voor de Groningse plaats en betekend: Zuidhoek. In het fries is het bekend als Súdhoarne.

Zuidlaren: (Dr) Bekend vanaf 1160 Suethlare,betekent: Bij de bosweiden.

Zwartemeer: (Dr) Bekend vanaf 1899 Zwartemeer bij Emmen, genoemd naar een veenmeer Zwart wijst op de kleur van het water.

Zwijndrecht: (ZH) Bekend vanaf 1006 Svindrecht;1639 Swyndrecht;samengesteld uit germ. Swina kreek en – drecht tocht dus: “Doortocht via een kreek”.

 

Het familiewapen.

Bij bovengenoemde onderzoekers is het familie wapen bekend en kan alleen bij hún besteld worden.

 

Uitgave.

Er is een stamboomboekje met de nieuwste gegevens erin.

 

Samensteller.

Klaas Ketelaar C.Evertsenstraat 126 3317 XJ Dordrecht Tel 078 – 6186024 E-mail: k.ketelaar@upcmail.nl voor website zoeken onder”Google: Genealogie Ketelaar”

 

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller van deze stamboom.

k.ketelaar